maandag 23 maart 2009

Overzicht en kleur en je huis is verkoopbaar

Elk huis is verkoopbaar!

Orde, overzicht en kleur zijn belangrijk. Zeker als je een huis wilt verkopen.
Je wilt als verkoper dat de potentiele koper een goed gevoel krijgt bij je huis, positieve gedachten, maar ook dat de potentiele koper een positieve actie onderneemt. Namelijk dat hij/zij het huis koopt.
Er is een belangrijke relatie tussen gevoelens, gedachten en handelen.
Jij als verkoper hebt dat niet helemaal in de hand, maar je kunt het in belangrijke mate sturen. Zorg er daarom voor dat je er ook alles aan doet.

En dat betekent orde en overzicht aanbrengen.
Een paar tips:
1. Zorg dat horizontale oppervlakken leeg zijn. Dat betekent het aanrechtblad, de grote tafel, de salontafel. Maar ook het tafeltje in de gang, de wastafels. Zet de spullen gewoon in een kastje. Dat lijkt bedrog, maar het werkt wel. Zo ziet de potentiele koper nl de juiste ruimte en wordt de aandacht niet afgeleid door "rommel" en dingetjes.
2. Zorg er verder voor dat kasten, dozen, planten en andere spullen niet dicht naast elkaar staan. Zorg dat er ruimte is tussen spullen. Zo komen ze beter uit en het geeft rust.

Maar waarom wachten met kleur en overzicht aanbrengen totdat je het huis gaat verkopen.
Overzicht en kleur in huis heeft niet alleen invloed op de potentiele koper, maar ook op de bewoner. Onderzoek toont aan dat een chaotische omgeving meer stress oplevert. Chaos leidt tot onoverzichtelijke situaties. Er moet vaker worden gezocht en dat kost tijd, energie en productie. Overzicht aanbrengen en overzicht houden en opruimen kost minder tijd dan zoeken.

Dus maak een begin!

Overzicht in de schoenenberg

Rondslingerende schoenen zijn in menig huishouden een regelrechte bron van ergernis.
Het AD besteed elke zaterdag in de Wonen Dichtbij bijlage (Rotterdam) aandacht aan deze ergernis.
Vooraf vroeg het AD drie organizers om raad. Ik was één van hen.

Mijn advies: Consuminder.
Kijk eens wat minder foldertjes door met aanlokkelijke aanbiedingen.
Verder adviseer ik pas schoenenkastjes te kopen of te maken nadat je eerst kritische je schoenenvoorraad hebt doorgespit. Dus: eerst orde scheppen en dan naar Ikea. En durf afstand te nemen van schoenen. Ze bewaren onder het motto 'ik draag ze nooit, maar ze waren duur" is onzin. Dus geef ze weg. Sommige kerken of andere instanties verzamelen schoenen en kleding voor projecten in bv Oost-Europa.

Ik bewaar mijn schoenen zelf op twee plaatsen: een A-locatie en een B-locatie. De eerste, makkelijk toegankelijke plek is bedoeld voor schoenen die je op dit moment draagt en makkelijk wilt kunnen pakken. Daarbij kun je denken aan de gang. De B-locatie, bv de zolder, is bedoeld voor schoenen die je niet vaak draagt, bv feestschoenen of schoenen die je niet nu, maar in de zomer draagt. Bewaar deze schoenen in een schoenendoos, zo blijven ze mooi.

vrijdag 13 maart 2009

Elke verandering begint met een eerste stap

Elke verandering begint met een eerste stap!
- over het nut van het nemen van een eerste stap


Bent u ooit iemand (een gezonde persoon) tegengekomen, die nooit heeft leren lopen? Iemand die na de eerste wankele stap heeft besloten dat hij of zij het toch nooit zou leren. Of dat de ouders hebben besloten dat hun kind echt nooit gaat lopen?
Gelukkig leert iedereen lopen. De één loopt snel en een ander wacht wat langer af en loopt meteen weg. Maar iedereen loopt, leert lopen en kan leren lopen.

Veranderen is als leren lopen. Je zet je eerste stap, je wankelt en je valt.
Kunst is om je door deze ervaring niet uit het veld te laten slaan, maar morgen en overmorgen opnieuw een stap te zetten.

Waaruit bestaat een verandering?
Een verandering is niet iets dat op zichzelf staat. Een verandering bestaat uit onderdelen en wordt door verschillende krachten beïnvloed.
1. Degene die de verandering in gang zet
2. Hetgeen veranderd moet worden (proces, routine, werkwijze, organisatie)
3. Degenen die betrokken zijn bij de verandering (gezinsleden, werknemers)
4. Uitgangssituatie (“ist”), die is bekend en vertrouwd;
5. Nieuwe situatie (“soll”), is onbekend en wordt gewantrouwd
6. Ervaringen met voorgaande veranderingen. Deze ervaringen kunnen zowel positief als negatief zijn
7. Fasen van een verandering, een verandering bestaat uit meer dan één fase
8. Communicatie omtrent en tijdens de verandering.
Inzicht in deze onderdelen en krachten kan ons helpen om realistisch met veranderingen om te gaan en om veranderingen ook daadwerkelijk door te voeren.

1. Degene die de verandering in gang zet
Er zijn twee situaties denkbaar. Ten eerste dat je zelf degene bent die ook daadwerkelijk wilt veranderen. In dat geval ben je gemotiveerd en zal de verandering makkelijker door te voeren zijn en een grotere kans van slagen hebben.
In het tweede geval kan het zijn dat je een verandering moet doorvoeren. Je wordt door anderen (gezinsleden, leidinggevende) gedwongen om te veranderen. In deze situatie heb je te maken met negatieve gevoelens en weerstand, ook al zie je het belang en de noodzaak van de verandering in. De negatieve gevoelens en de weerstand kunnen je verhinderen om stappen te zetten en kunnen uiteindelijk de verandering laten mislukken.
2. Onderwerp van de verandering
Een routine, een werkwijze veranderen is van een totaal andere orde dan de verandering van een proces, een afdeling of een organisatie.
De routine kan door één persoon veranderd worden. Er is misschien geen overleg nodig om tot de verandering over te gaan. Er is weinig of geen weerstand.
Bij een proces- of organisatieverandering hangt de kans van slagen af van veel factoren en zal veel tijd en zorg besteed moeten worden aan de communicatie.

3. Wie zijn betrokken bij de verandering
Bij de meeste veranderingen, hoe klein ook, zijn vaak anderen betrokken. De reactie en mee- of tegenwerking van betrokkenen is van invloed op de verandering. Het kan ook zijn dat degene die de verandering wil doorvoeren, zich zelfs laat tegenhouden door de (door hem of haar zelf ingevulde!) verwachte reactie van betrokkenen. “Ik zal het maar niet doen, want hij of zij zal wel op die of die manier reageren”.

4. Uitgangssituatie
“Je weet wat je hebt en je weet niet wat je krijgt”. Een veelgehoorde dooddoener. De bekende en vertrouwde situatie geeft controle en overzicht. Angst om controle kwijt te raken, om geen overzicht meer te hebben, verlammen en houden verandering tegen.

5. Nieuwe situatie
De nieuwe situatie moet je zelf creëren. Er is geen vast ontwerp. Het is niet bekend of en wanneer je het “fout” doet. Er zijn waarschijnlijk meerdere oplossingen voor hetzelfde probleem. Deze wetenschap geeft onzekerheid en angst en maakt het moeilijk om de beslissing tot veranderen te nemen en ook daadwerkelijk te gaan veranderen.

6. Eerdere ervaringen
We leren van en worden gevormd door eerder opgedane ervaringen. Als we positieve ervaringen hebben gopgedaan met veranderingen, zullen we makkelijker nieuwe veranderingen doorvoeren. Indien de ervaring met verandering met name negatief is gekleurd, staan we huiverig ten opzichte van veranderingen en zullen we weerstand vertonen.

7. Fasen van een verandering
Een verandering realiseren kost tijd, veel tijd. Veel mensen zijn optimistisch over hetgeen ze binnen één jaar kunnen realiseren, maar pessimistisch over zaken die ze binnen 10 jaar kunnen veranderen.
Er is gebleken dat verandering van een routine vier fasen doorloopt. Uiteindelijk kost de verandering van een routine minstens 3 * 21 dagen.
- De eerste fase gaat aan de verandering vooraf. In deze fase ben je onbewust dat je iets moet veranderen en je bent ook onbekwaam om zaken anders te doen.
- In de tweede fase (de eerste 21 dagen) moet je je bewust worden en blijven dat je moet veranderen (je bent bewust, maar nog niet bekwaam).
- De volgende 21 dagen, fase 3, zijn nodig om je verder te bekwamen in de nieuwe routine (je bent bewust en je wordt bekwaam).
- De laatste 21 dagen, fase 4, zijn nodig om de nieuwe routine zo in te laten slijten dat je niet meer hoeft na te denken (je bent bekwaam en je doet het onbewust).

8. Communicatie omtrent en tijdens de verandering
Onze reactie op een communicatieboodschap wordt gevormd door wat wij denken dat waar is in plaats van op basis van wat feitelijk waar is. Bij een verandering binnen een organisatie heb je te maken met meerder mensen die op heel veel verschillende manieren zullen reageren op diezelfde boodschap. Dat betekent dat communicatie van enorm groot belang is voor het wel of niet slagen van een verandering.
Als je bij jezelf iets wilt veranderen, is het belangrijk het heel concreet te maken en de verandering en de stappen daarin met een ander (bv je leidinggevende) te bespreken. Door te communiceren zorg je ervoor dat de kans groter wordt dat je gaat veranderen en dat de verandering ook meer kans heeft van slagen.

Tips:
1. Begin met een kleine verandering.
2. Verander niet teveel tegelijkertijd.
3. Schrijf de gewenste verandering op en vertel het aan iemand anders.
4. Neem tijd om dit aan te pakken en te veranderen. Elke verandering heeft minstens 3 * 21 dagen nodig!
5. Koester positieve ervaringen die je opdoet tijdens een verandering.
6. Laat je niet frustreren als het niet direkt lukt (ïedereen kan leren lopen!)
7. Beloon jezelf als de verandering is doorgevoerd.


Meer informatie: www.anskeplante.nl

Belangrijk en dringend!

Succesvol!
Er is onderzoek gedaan naar het ene gemeenschappelijke kenmerk van succesvolle mensen. Er wordt vaak gedacht dat succesvolle mensen veel geld hebben, over goede netwerken beschikken of gewoon geluk hebben. Dat is niet het geval. Succesvolle mensen beginnen met het belangrijkste. Ze maken de minder leuke en minder interessante klussen ondergeschikt aan hun doel.

Met het belangrijkste beginnen!
Met het belangrijkste beginnen betekent dat je prioriteiten toekent aan werkzaamheden. Op basis van die prioriteiten organiseer je het werk en voer je het werk uit. In feite is dat time management.

Prioriteiten!
De prioriteiten bepaal je door je af te vragen:
  • Is de activiteit belangrijk?
  • En is de activiteit dringend?

Het belang wordt bepaald door de resultaten. Je vraagt je in dit geval af of de activiteit bijdraagt aan het realiseren van de doelen die je hebt gesteld en de resultaten die je wilt behalen.Als een activiteit dringend is, betekent dat je er directe aandacht aan moet besteden. Met het belangrijkste bezig zijn, betekent dat je het doel voor ogen hebt.Als het doel naar de achtergrond verschuift, ben je snel geneigd om toe te geven aan dringende zaken. Deze zaken zijn niet altijd belangrijk. Gevaar van het tijd steken in zaken die dringend zijn, maar niet zo belangrijk, is dat je achteraf merkt dat je tijd hebt “verspilt”. Dit kan stress, ontevredenheid en frustratie veroorzaken.
Lees ook het artikel:"Wat is personal organizing? "

Het doel voor ogen!
Het doel voor ogen houden begint bij jezelf! Time management, het organiseren en uitvoeren van je werk op basis van prioriteiten, begint ook bij jezelf. Het veronderstelt een pro-actieve basishouding en dat betekent dat we verantwoordelijkheid nemen voor keuzes en handelen. Het is mooi in beeld gebracht in het Eisenhower schema (zie hiernaast)
Effectieve mensen komen nooit binnen de onderste kwadranten (niet belangrijk en erg/niet dringend). Deze werkzaamheden negeren of delegeren ze. Ze beperken de omvang van werkzaamheden die erg belangrijk en erg dringend zijn en opereren het meest in het kwadrant “erg belangrijk-niet dringend”. Dat betekent dat je moet plannen en ordenen.
Goethe heeft daar het volgende over gezegd.
“Wat er het minst toe doet, mag nooit ten koste gaan van wat er het meest toe doet”.

Planning en ordening
Als je met name bezig wilt zijn met werkzaamheden die belangrijk zijn, maar niet erg dringend, heb je daar een instrument voor nodig en dat is een planning, een ordening van je dag en van je week.

Ordenen betekent dat je gebruik maakt van een bepaald systeem. Dat systeem helpt je, maakt het je eenvoudiger om te werken. Veel mensen zijn bang dat een systeem hen remt in creativiteit en dat opzet en onderhoud van het systeem te veel tijd kosten.
  • De praktijk wijst uit dat een systeem beter is dan helemaal geen systeem
  • Ordenen en systeem aanbrengen, betekent dat je zoekt naar een systeem dat bij je past. Een systeem dat bij je past, kun je beter op
  • orde houden.
  • Ordenen is geen aangeboren talent, maar is een vaardigheid die je kunt aanleren.
  • Ordenen is niet alleen een klus die tijd kost, maar ook een klus die energie geeft. Orde om je heen betekent vaak ook orde in je hoofd.

Tien tips om te ordenen
  • Reserveer aan het eind van elke dag tijd om je bureau te ordenen.
  • Bekijk de agenda voor de volgende dag/volgende de week en plan de werkzaamheden voor de volgende dag/week.
  • Zoek documenten waar je de volgende dag mee gaat werken eventueel al op of zorg dat je weet waar ze te vinden zijn.Als je dat aan het eind van de dag/week doet, ga je met een opgeruimd gevoel naar huis.
  • Plan de telefoongesprekken voor de dag en bereid die ook voor (ahv bespreekpunten). Dit voorkomt dat je de hele dag aan het bellen bent. Wees zakelijk tijdens telefoongesprekken.
  • Wacht niet af, doe het nu.
  • DERK: doe eerst rot klussen.
  • Als je iets doet, doe het dan één keer en doe het goed.
  • Stop ermee dingen tegelijk te doen. Als je van de ene activiteit naar de andere “springt”, loop je kans dat je alles een beetje half doet en dus niks echt goed.
  • Stop ermee dingen te doen, die je niet hoort te doen.
  • Doe activiteiten in de geplande tijd en maak zaken af.
  • Kijk naar je eigen ritme. Wanneer werk je het prettigst? Neem die tijd om aan je belangrijke/dringende zaken te werken.
  • Als dingen je te binnen schieten, schrijf ze dan op. Maak een to-do-lijstje. Ga niet die dingen die je te binnen schieten, gelijk doen.

Besluiten nemen

Neem een besluit en realiseer uw doelen!
over het nut van het nemen van een beslissing


“Ik houd me niet aan mijn doelstellingen, ik stel werk uit waar ik tegen op zie, mijn werk is nooit af, ik ben het overzicht kwijt”.
Herkenbare problemen waar veel mensen mee worstelen.
Problemen die ontstaan omdat geen beslissingen worden genomen.
Het omgekeerde is echter ook waar: als u in staat bent beslissingen te nemen, zult u minder gefrustreerd zijn en uw doelen realiseren.

Beslissen en kiezen
Aan elk besluit dat genomen moet worden, gaat een keuzeproces aan vooraf. Als u besluit om vandaag geen mail te bekijken, omdat u wilt werken aan een belangrijk document, hebt u daar eerder die dag of die week die keuze gemaakt.
De keuze kan goed zijn, maar kan ook tot onzekerheid en stress leiden. Onzekerheid of het wel de juiste beslissing is. Stress omdat u bang bent dat anderen ongeduldig worden, omdat u niet direct uw mail beantwoordt.

Beslissen en ervaringen
Het nemen van besluiten wordt beïnvloedt door ervaringen (in het verleden en van anderen). Deze ervaringen kunnen positief, maar ook negatief zijn.
Als u hebt gemerkt dat u geconcentreerd kunt werken, als de email “uitgeschakeld” is, zult u minder onzekerheid ervaren omtrent de keuze om die dag niet naar de mail te kijken. Maar als u weet dat er van u wordt verwacht dat u altijd bereikbaar bent, kan het tot veel stress leiden als u de mail die dag of een deel van die dag niet leest.
Onze ervaringen beïnvloeden zowel ons denken als ons handelen.

Beslissen en veranderen
Beslissingen hebben vaak te maken met veranderingen. Het kenmerk van veranderingen is dat er geen ervaringen bestaan omtrent de uitkomst. Dat maakt het ook moeilijk om besluiten te nemen. In veel gevallen gaan mensen besluiten omtrent veranderingen uit de weg, stellen besluiten uit of wachten zolang dat er voor hen wordt besloten.

Beslissen en perfectionisme
Veel mensen die neigen naar perfectionisme, hebben moeite met het nemen van beslissingen. Alles moet eerst tot in detail worden uitgezocht, voordat een overwogen beslissingen kan worden genomen.

Besluiteloosheid leidt tot stress
Besluiten uitstellen of moeite hebben met het nemen van beslissingen leidt meestal tot stress. Het feit dat er nog steeds geen beslissing is genomen, blijft constant door uw “hoofd” zeuren. Dat kan veel onrust veroorzaken. Het kan ook betekenen dat op een gegeven moment een besluit wordt afgedwongen. Of dat in het heetst van de strijd een verkeerde beslissing wordt genomen.

Tips:
  1. Leer besluiten nemen: “hak” elke beslissing op in kleine deelbesluiten. Plan wanneer je een deelbesluit neemt en neem dan ook een besluit.
  2. Schrijf je besluit en je deelbesluiten op. Maak het concreet.
  3. Bespreek je besluiten met anderen. Houdt het niet voor je zelf.
  4. Spreek met anderen af wanneer je zaken afrondt en wanneer je zaken besluit. Zo heb je momenten om naar toe te werken.
  5. Neem tijd om dit aan te pakken en te veranderen. Elke verandering heeft 21 dagen nodig!
  6. Verander niet teveel tegelijkertijd.